Haar loopbaan laat zich het best omschrijven als een voortdurend proces van verdieping en verbreding, gedreven door nieuwsgierigheid en de wens om praktijk en wetenschap met elkaar te verbinden.
Sandra is hoogleraar aan de Universiteit Maastricht, waar ze al sinds 1994 werkzaam is. Wat begon als een promotietraject op sociale fobie ontwikkelde zich tot een loopbaan als wetenschapper met altijd één been in de praktijk als achtereenvolgens cognitief gedragstherapeut, psychotherapeut en klinisch psycholoog. “Ik ben eigenlijk altijd wel met iets bezig geweest waarin ik iets kon leren,” vertelt ze. “Altijd een nieuwe opleiding en daarin dan een registratie behalen, of een cursus om mijn blik te verbreden.” Die intrinsieke drive om te blijven ontwikkelen loopt als een rode draad door haar carrière.
Van toeval naar expertise
Opvallend is dat haar specialisaties niet voortkwamen uit een strak uitgestippeld plan. “Ik ben overal ingerold,” zegt ze nuchter. “Er kwam steeds iets op mijn pad.” Toch ontstond er gaandeweg een duidelijke inhoudelijke focus: cognitieve gedragstherapie (CGT), angststoornissen en lichaamsbeeldproblematiek, waaronder eetstoornissen en body dysmorphic disorder. Binnen deze gebieden combineert ze onderzoek, behandeling en onderwijs. Precies zoals ze het ooit voor ogen had. “Ik wilde niet alleen hulpverlener zijn en ook niet alleen onderzoeker. Juist die combinatie maakt het voor mij interessant.”
Visie op zorg: samen en onderbouwd
In haar visie op zorg staat samenwerking centraal. Niet alleen tussen professionals, maar ook tussen instellingen. Als lid van de landelijke stuurgroep K-EET (ketenzorg eetstoornissen) ziet ze dagelijks hoe versnippering de kwaliteit van zorg kan belemmeren. “Patiënten worden soms van het kastje naar de muur gestuurd. Terwijl we juist rondom een mens met al diens problemen moeten samenwerken, niet de ‘losse’ problemen als te geïsoleerd zien en steeds naar elkaar verwijzen.”
Daarnaast benadrukt ze het belang van evidence-based werken. “We moeten goed weten wat werkt, voor wie en waarom. En dat ook durven toepassen.” Ze waarschuwt voor het te snel loslaten van bewezen behandelmethoden. “We denken soms dat complexe problematiek per definitie een complexe aanpak nodig heeft. Maar dat is niet altijd zo.”
Opleiden met lef en nieuwsgierigheid
Als hoofdopleider bij RINO Zuid wil Sandra toekomstige klinisch psychologen opleiden tot kritische, nieuwsgierige professionals. “Durf te puzzelen,” zegt ze. “En vraag hulp waar nodig.” Ze ziet opleiden niet alleen als kennisoverdracht, maar als het stimuleren van een houding: open, onderzoekend en samenwerkingsgericht.
Die houding past ze zelf ook toe. “Practice what you preach,” zegt ze met een glimlach. “De enge dingen toch doen.” Het is een verwijzing naar exposure, een belangrijk principe binnen CGT, maar ook naar haar eigen ontwikkeling. “Vroeger was ik ook een stuk banger dan nu. Je moet gewoon doen en ervaren wat er gebeurt.”
Een rol die klopt
Dat ze nu hoofdopleider is geworden, noemt ze geen vooropgezet doel. “Ook dit kwam op mijn pad,” zegt ze. “Het is een belangrijke taak, en ik voel me vereerd dat ik die mag vervullen.” Eerder was ze al betrokken bij RINO Zuid als hoofddocent behandeling, moduledocent en supervisor, wat haar terugkeer extra betekenisvol maakt.
De komende periode staat voor haar in het teken van inwerken en verbinden. “Ik zie mezelf niet als iemand die alles alleen moet doen. Het is teamwork.” Die overtuiging neemt ze mee in haar rol: samenwerken met collega-hoofdopleiders, met instellingen en met deelnemers zelf.
Gedreven door nieuwsgierigheid
Wat haar energie geeft? Onderzoek, onderwijs en het moment waarop kennis echt landt bij een ander. “Als je merkt dat je iemand vooruit helpt, dat is het mooiste wat er is.” Haar nieuwsgierigheid is daarbij haar grootste drijfveer. “Ik wilde vroeger privédetective worden,” vertelt ze lachend. “En eigenlijk is dit dat ook een beetje uitzoeken hoe iets werkt, en waarom.”
Met Sandra haalt RINO Zuid een hoofdopleider in huis die niet alleen beschikt over jarenlange ervaring, maar vooral over een open blik, een kritische houding en een sterke overtuiging in de kracht van samenwerking. Een combinatie die inspireert en richting geeft aan de opleiding van morgen.