Complex werk vraagt om meer dan alleen denken
Sacha werkt als casusregisseur bij de Reboundschool voor jongeren die op dit moment niet naar school gaan. Ze begeleidt het hele traject: van intake tot uitstroom en alles daartussenin. ‘Samen met mijn collega’s doen we alle intakes en zorgen we voor een goede opstart met cliënten. We zetten het beleid uit, bepalen samen de doelen, begeleiden de uitstroom en de communicatie met ouders, hulpverlening en school. De meeste jongeren hebben een complexe hulpvraag. Ze komen niet zomaar thuis te zitten.’ Het vraagt om goed kijken en blijven bijsturen. ‘We zijn kritisch en doelgericht. We blijven ook altijd evalueren: zijn we nog het beste aan het doen? Zijn we nog de beste plek voor iemand?’
De behoefte aan meer diepgang
In haar werk voert Sacha mentorgesprekken met jongeren. Juist daarin zocht ze meer verdieping. ‘Het bleef wat op de oppervlakte. Ik wilde handvatten om die gesprekken te verdiepen.’ Ze merkte dat gesprekken vaak vooral over denken gingen. ‘Het blijft al snel heel cognitief. Het gaat veel over praktische zaken en gedachten. Maar niet zozeer over voelen.’ Dat begon te wringen. ‘Het standaard 5 G-schema invullen voelde niet meer als genoeg.’ Ze wilde meer ruimte maken voor wat iemand voelt, niet alleen wat iemand denkt. Tegelijk had ze zelf al ervaren wat ACT kan doen. ‘Bij de POH heb ik ook een aantal sessies gehad waarin ACT werd gebruikt. Dat beviel me goed. Het waren goede vragen, het had effect op mij en het triggerde iets bij me.’ Die persoonlijke ervaring maakte haar nieuwsgierig naar meer. ‘Wat ik zelf had ervaren, gunde ik mijn cliënten ook.’
Zelf ervaren wat het doet
Tijdens de ACT-training werd dat gevoel nog eens bevestigd. ‘Je moet tijdens de lessen zelf met je eigen leven en problemen aan de slag. Dat kan je niet onbewogen laten.’ Een oefening die haar bijbleef, was de oefening ‘creatieve hopeloosheid’. ‘Die is ook bedoeld om te confronteren.’ En dat lukte. ‘Dat was wel wat anders dan een symposium met een PowerPoint waarbij je aantekeningen maakt.’
Een andere houding in haar werk
De grootste verandering zit voor Sacha in haar houding. Niet alleen in wat ze doet, maar hoe ze aanwezig is. ‘Ik probeer nu vaker en langer in het moment te zijn en te voelen wat er speelt. Bij de ander, maar ook bij mezelf.’ Ze vertraagt bewuster. ‘Niet doorratelen en reageren, maar ook stilstaan. Of letterlijk langzamer praten.’ Voor een gesprek neemt ze nu meer tijd, ook in de voorbereiding. ‘Voordat ik een gesprek inga, vraag ik mezelf af: hoe zit ik erin? Hoe zit die ander erin?’ Dat geeft veel meer rust en bewustzijn. Die houding helpt ook goed in moeilijke situaties. ‘Bijvoorbeeld een moeilijk gesprek met een moeder die ik moet confronteren. Dan denk ik: ja, dit is een vervelend gesprek en dat vind ik lastig.’ In plaats van dat weg te duwen, staat ze erbij stil. ‘Erkennen dat dat er is en dat dan tóch aangaan voelt anders dan dat je het wegdrukt.’ Dat vraagt oefening. Maar het levert ook iets op: meer rust en minder gejaagdheid.
Wat het doet in gesprekken
Die verandering merkt ze ook in de praktijk. ‘Vooral het vertragende helpt heel erg. Het brengt rust in een gesprek.’ Zeker als er meerdere mensen bij zijn. ‘Veel mensen gaan dan gejaagd praten en elkaar in de rede vallen.’ Door dat vertragen, verandert de dynamiek. ‘Als je echt heel langzaam iets brengt, dwing je anderen ook om te vertragen. Dan ga je elkaar beter horen.’ Zelfs bij intakegesprekken ziet ze verschil. ‘Je hebt dat verhaal al duizend keer verteld, dus je neiging is om er snel doorheen te gaan.’ Maar dat werkt niet. ‘Voor de cliënt is het nieuw.’ Door het bewust rustiger te doen, merkt ze: ‘Je ziet en voelt dat het beter landt. Mensen begrijpen het beter en voelen zich meer gehoord.’
Meer dan werk alleen
Wat ACT haar bracht, stopt niet bij haar werk. Het werkt door in hoe ze naar het leven kijkt. ‘Het is geen kunstje wat je uit een boekje leert. Het is een levenshouding.’ Ze merkt dat in kleine dingen. ‘De zon die schijnt, blaadjes die groeien aan de bomen, haar kinderen die samen knuffelen of spelen. Dat je denkt: oh wat een fijn moment is dit.’ Ook in haar eigen denken ziet ze verschil. ‘Opvallen als je doordraaft in je gedachten. Kijken naar je eigen denken.’ Ze is zich bewuster van wat er speelt, ook buiten haar werk. Als ze terugkijkt op de module, is dat de grootste verandering. ‘Rust zoeken en naar het gevoel durven gaan. Het leven in het hier en nu en het bewust meemaken van het moment. Minder in je hoofd leven en meer in je lichaam.’