Wij zijn voor gepersonaliseerd opleiden: vernieuwde vrijstellingen GZ 2019

We willen onze opleidingen zo goed mogelijk op elkaar en de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemer laten aansluiten. In 2018 hebben we de kaders hiervoor binnen de opleiding tot GZ-psycholoog, samen met andere onderwijsinstellingen in Nederland herzien. Met het vernieuwde vrijstellingenbeleid binnen de GZ-opleiding dragen we bij aan meer gepersonaliseerd onderwijs. Vanaf 2019 is het nieuwe beleid van kracht.

Overlap?  

Gepersonaliseerd onderwijs betekent dat de inhoud van de opleiding beter aan moet sluiten op de competenties van de professional. Landelijk zijn dit jaar een aantal geaccrediteerde scholingstrajecten vergeleken met de GZ-opleiding om te bepalen of er overlap is. Er werd gekeken naar de eindtermen, competentieprofielen en de wijze waarop de dualiteit van de trajecten (verbinding cursorisch onderwijs met praktijkwerk en begeleiding) is gegarandeerd. Een aantal trajecten voldoen aan de criteria. Bijvoorbeeld het VGCt traject en de opleiding tot orthopedagoog generalist. Bij RINO Zuid gaan we nog een stapje verder. Zo is het mogelijk om ook voor andere onderdelen vrijstelling te krijgen, zoals EMDR.

Landelijk is afgesproken dat er maximaal 25% vrijstelling gegeven wordt voor het cursorisch onderwijs en het praktijkgericht onderwijs. Wat ons betreft een mooie eerste stap  in het gepersonaliseerd opleiden. Het wordt daardoor mogelijk om de opleiding in (minimaal) 1,5 jaar af te ronden.

Waar moet ik voor een vrijstelling aan voldoen? 

Een deelnemer komt in alleen aanmerking voor vrijstelling van cursorisch onderwijs bij geaccrediteerde cursussen waarin theorie en praktijk geborgd zijn (Bijvoorbeeld VGCT cursussen, NVOI Orthopedagoog Generalist , EMDR en andere leertrajecten zoals systeemtherapie). Voor de vrijstelling van het praktijkgedeelte geldt dat er werkervaring is opgedaan bij een GZ erkende praktijkinstelling (aantoonbaar) en er begeleiding plaatsvond door een supervisor/werkbegeleider gedurende het hierboven genoemde cursorisch onderwijs. De geldigheid van een certificaat is 5 jaar (of zolang actief geregistreerd bij VGCT, VEN, NVO etc).

Met welke afspraken en kaders houden we rekening? 

Hieronder zetten we een aantal belangrijke aspecten op een rijtje:

  • De gebruikelijke toelatingseisen (zoals de LOGO-verklaring) blijven van kracht.
  • Iedere opleidingsinstelling bepaalt zelf hoe de implementatie van de geactualiseerde
    vrijstellingen vorm gaat krijgen.
  • De opleidingsduur kan worden verkort met maximaal 25%. Daarmee heeft de opleiding een  minimale duur van 1,5 jaar. Dat is maximaal 130 uur van de 490 uur van het cursorisch onderwijs en maximaal 698 uur van het praktijkonderwijs. Het kan ook zo zijn dat, vanwege organisatorische- of praktijkoverwegingen, de opleiding wel 2 jaar duurt maar er minder lessen en/of praktijkuren gevolgd worden.
  • Voor eventuele vrijstelling tot 130 uur hoeft geen vervangend onderwijs te worden gevolgd.
  • De gebruikelijke regelingen zoals vastgelegd in de Onderwijs- en Examenregeling (OER) (bijvoorbeeld met betrekking tot herkansingen) blijven van kracht en kunnen van invloed zijn op de uiteindelijke opleidingsduur.
  • Het aantal KBS-en blijft inhoudelijk en qua omvang gelijk.

Deelnemers betalen bij RINO Zuid naast het vaste jaarbedrag voor de opleiding alleen voor het aantal uren dat hij of zij onderwijs volgt. Voor de vrijgestelde uren hoeft een deelnemer niet te betalen. Met een maximale vrijstelling van 125 uur betekent dit bijvoorbeeld een besparing van €2500,-.