Resultaatgerichte twijfel

Afgelopen weken stond de GGZ in de volle maatschappelijke belangstelling. In ieder geval in de journalistieke belangstelling. Ik heb het al eerder gezegd: als er problemen zijn die we niet meer kunnen duiden en aanpakken, moeten de psychologen het verlossende antwoord geven. Of het nu gaat om piloten met zelfmoordneigingen, het onvoorspelbare gedrag van Trump, burn-out en psychische nood bij studenten, of zelfs het filmen van ongelukken op snelwegen. En dan heb ik het nog niet eens over de aanpak van verwarde personen of het afschuwelijke drama met Anne Faber.

De psychologie is de nieuwe duider van complexe materie. Waar we vroeger dan filosofen of sociologen vroegen naar duiding. En van filosofen en sociologen verwachtten we niet een oplossing. Van psychologen wel. We hebben een probleem en u, psycholoog, moet dat voor ons als maatschappij oplossen. En als een echtpaar hun zoontje op de camping acht weken opsluit in een kist, moeten de orthopedagogen aan de bak en dat voorkomen.

Menzis zet een nieuwe stap in dat denken. Behandeling van depressie en angst alleen nog vergoeden op basis van resultaat. Een nieuwe stap in marktwerking in de GGZ, maar ook een volgende stap in de bijdrage die de GGZ moet leveren aan persoonlijke en maatschappelijke problemen. De reacties uit de beroepsgroep waren heftig. Vaak kritisch, nog vaker negatief, soms ronduit defensief. En dat is te begrijpen. De menselijke psyche is geen onfeilbaar werkend mechanisme dat met twee kneepjes hier en een drukje daar identiek reageert. We weten allemaal dat het effect van behandeling afhankelijk is van de motivatie van de cliënt, zijn sociale omgeving, biologische factoren, de goede interventie en de kwaliteit van de hulpverlener. We weten allemaal dat er sprake is van overbehandeling van mensen met lichte problematiek en onderbehandeling van mensen met zware problematiek. We weten allemaal dat er mensen zijn die “niet beter worden” en dus geen behandeling maar iets anders nodig hebben. Coaching, begeleiding of een beetje liefde en aandacht.

Het is goed dat psychologen gedwongen worden na te denken wat volgens hen de best in te zetten behandeling is. Grenzen van het eigen kunnen en het vak te onderkennen. Gedegen kunnen diagnosticeren en (wetenschappelijk)onderbouwd samen met de cliënt kunnen kiezen wat goed is voor hem of haar.

Ik ben een aanhanger van het resultaatgerichte denken en werken. Als je dat goed doet, bewijs je je waarde. Het initiatief van Menzis verdient een kans. Als je daar als psycholoog koersvast en onderbouwd mee aan de slag gaat, met ondernemingszin en een open mind, dan heb je niks te verliezen, alleen maar te winnen. Dan mag je best je twijfels hebben. Maar staaf die twijfels met bewijzen, en niet met angst en opvattingen.

Wij zullen met onze opleidingen meeveren met de maatschappelijke ontwikkelingen. Dat moeten we, want we leiden op voor de beste psychologische en pedagogische zorg. En wat het beste is, wordt bepaald door de maatschappij, niet door jezelf.