Harmen Beurmanjer: “Onderzoek begint voor mij met vragen uit het veld.”

Iedereen weet dat GHB een gevaarlijke drug is, maar waarom eigenlijk? Volgens Harmen Beurmanjer, onderzoeker, promovendus en hoofddocent bij RINO Zuid komt dit doordat GHB de eerste periode van gebruik geen nadelige effecten lijkt te hebben. Dit in tegenstelling tot het gebruik van veel andere drugs waarbij direct nadelige effecten optreden. Denk aan de kater na een avondje goed doordrinken of de dinsdagdip na ecstasy. Een GHB-verslaafde daarentegen krijgt geen negatieve feedback na gebruik. GHB-verslaafden lijken in het begin zelfs béter te gaan functioneren. Er zijn tot dan toe weinig nadelige effecten. En als het vervelend begint te worden, is het bijna onmogelijk om nog te stoppen. Eigenlijk zoals volgt:

1.Je gebruikt om je geweldig  te voelen

2.Je gebruikt om je normaal te voelen

3.Je moet gebruiken om niet dood te gaan

Interdisciplinaire teams
Als je wilt stoppen met GHB dan gebeurt dat bijna altijd onder begeleiding, zo vertelt Harmen Beurmanjer. “Een GHB-verslaafde moet om de twee uur gebruiken. Dat betekent dat hij of zij zichzelf tijdens het afkicken, ’s nachts, om de twee uur wakker zou moeten maken. Dat is uiteraard geen doen. Daarbij kan GHB-verslaving tot extreme ziektebeelden leiden waarbij intensieve zorg echt noodzakelijk is. Opname voor detox is dus in veel gevallen de enige oplossing. Hierbij worden patiënten begeleid door een interdisciplinair team van artsen, psychologen, psychiaters, verpleegkundigen en ervaringsdeskundigen.“

Implementeren = leren
Harmen Beurmanjer: “ik haal de meeste voldoening uit de implementatie van mijn onderzoeken. Zo heb ik meegewerkt aan een medicatietrial, waarbij het ging om het finetunen van de onderhoudsmedicatie bij het terugvalmanagement. Ook heb ik samen met collega’s uit de verslavingszorg en gemeenten gekeken hoe we konden voorkomen dat mensen terugvielen in hun verslaving. Iemand terugplaatsen in zijn oude ‘vertrouwde’ omgeving blijft nou eenmaal risicovol. Daarom hebben we gekeken of we afgekickte verslaafden tijdelijk in een andere gemeente konden plaatsen. Onder het mom van: Ik een van jou, jij een van mij.”

Praktijk is leidend
Harmen Beurmanjer doet voor 50% onderzoek en voor de andere 50% werkt hij bij Novadic-Kentron, de grootste instelling voor verslavingszorg in Brabant. “Onderzoek is erg boeiend, en voor mij een vorm van gecompliceerd puzzelen, maar de vertaling naar de praktijk is zeker van zo groot belang. Ik werk daarom bij voorkeur als volgt:

vragen uit het veld → onderzoek → toepassing

Zo ben ik bijvoorbeeld enorm geïnteresseerd in de dynamiek rondom de verslaving. Dus iemand wordt op straat gevonden, en dan? Hoe benader zo iemand, hoe ga je met zo iemand om, hoe dring je tot hem of haar door? Om tot een handelingsmodel te komen zet ik voor mijn onderzoek vaak ervaringsdeskundigen in. Zij weten als geen ander hoe verslaafden aangesproken willen worden. Ook hier laat ik me graag inspireren door de praktijk“

Wist u trouwens dat 25% van de GHB-verslaafden zich in West Brabant bevindt?
Vaak is er in de dorpen in West Brabant sprake van heterogene vriendengroepen, waar de leeftijdsverschillen groot kunnen zijn en de jongeren sneller geneigd zijn de ouderen te volgen in hun drugsgebruik. Dit in tegenstelling tot de grote steden waar vriendengroepen veel meer homogeen van aard zijn. Daarbij komt dat veel drugs in Brabant geproduceerd wordt en dus gemakkelijk voor handen is en daardoor ook nog eens goedkoop.

* Meer over het onderzoek van Harmen Beurmanjer leest u op de website van NISPA. http://www.nispa.nl/user/118/publications