Betaalde liefde of een vriend

Soms hoor je verhalen die je plaatsvervangende schaamte bezorgen. Een voorbeeld: Een zorgorganisatie heeft als beleid dat bij de begeleiding van cliënten meer vrijwilligers ingezet worden. Tijdens een voorlichtingsbijeenkomst over dat beleid stelde de voorzitter van de Raad van Bestuur dat personeel ‘betaalde liefde’ gaf aan cliënten en dat vrijwilligers het ‘vanuit echte liefde’ deden… Er ging verontwaardigd gemompel door de zaal. Het personeel voelde zich weggezet als een stelletje hoeren. Al begreep men natuurlijk wel dat het om een ongelukkige woordkeuze ging. Een heel ongelukkige woordkeuze.

Die zorgorganisatie wilde de vrijwilligers een sterkere positie geven in de zorg. Daartoe zouden de vrijwilligers moeten gaan deelnemen aan het werkoverleg van het team, moesten ze inbreng krijgen in de zorgplannen en moesten ze ook een contract ondertekenen waarmee ze allerlei verplichtingen met de organisatie aangingen. Weer ontstond er mompelend protest, maar verder dan mompelen kwam het ook niet. Het beleid werd geïntroduceerd en alle vrijwilligers kregen een contract voorgelegd. Alle vrijwilligers weigerden om dat contract te ondertekenen en verklaarden dat zij vriend waren van de cliënt met wie ze gingen zwemmen, muziek maken of koken. Want als vriend hoefde je geen contract te ondertekenen.

Van zoiets stijgt het plaatsvervangende schaamrood me naar de wangen. Welke idioot verzint het om vrijwilligers in een keurslijf te duwen en met contracten vast te leggen in verplichtingen. Natuurlijk is vrijwillig niet vrijblijvend. Maar die niet-vrijblijvendheid zit hem in de relatie tussen de vrijwilliger en de cliënt. En niet in de relatie tussen de vrijwilliger en een organisatie.  Die organisatie heeft nu geen vrijwilligers meer en ik denk ook geen vrienden. Maar ja, met zo’n uitspraak en beleid heb je ook geen vijanden meer nodig.